Posts tonen met het label dieren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dieren. Alle posts tonen

zondag 9 april 2017

Kenmerken van... dierenmishandeling


Een langlopend onderzoek, uitgevoerd door Bureau Beke, leverde een dik rapport op over dierenmishandeling en dierenmishandelaars. In de tweedelige miniserie 'Kenmerken van dierenmishandeling en dierenmishandelaars' worden de belangrijkste resultaten uit dit onderzoek op een rijtje gezet. In deze aflevering wordt gekeken naar kenmerken van dierenmishandeling.

Wanneer komt het voor?
Dierenmishandeling gebeurt naar verhouding het vaakst op een zondagmiddag (tussen 12.00 en 18.00 uur). Het speelt zich het meeste af in de stad en in bijna de helft van de zaken gaat het om mishandeling achter de eigen voordeur. Er lijkt een piek te zijn in de maanden juli en augustus, in tegenstelling tot andere vormen van criminaliteit. De meeste zaken worden weggeschreven onder art. 36 GWWD (nu art. 2.1 Wet dieren), maar achteraf blijkt het regelmatig om verwaarlozing te gaan en niet om mishandeling.* Respondenten in dit onderzoek zetten vraagtekens bij de grens tussen mishandeling en verwaarlozing.

Welke dieren zijn slachtoffer?
Het zijn voornamelijk gezelschapsdieren die worden mishandeld en dan met name honden. In bijna de helft van de gevallen gaat het om mishandeling van het eigen dier. Ze worden vooral geslagen, geschopt of tegen een muur gegooid. Ruim twee-vijfde van de dieren overleeft de mishandeling niet. Ze sterven door de verwondingen of moeten worden geëuthanaseerd. Bij minimaal 36% van de onderzochte gevallen is gebruik gemaakt van een wapen of hulpmiddel.

Wie doen melding?
Buren en omwonenden doen in de meeste gevallen melding van dierenmishandeling. Dierenartsen vermoeden vaak wel dat er sprake is van dierenmishandeling, maar het mogelijk verliezen van cliënten is één van de genoemde redenen die hen ervan kan weerhouden om een melding te doen.

Overige feiten en kanttekeningen:
  • Vermoedelijk kent mishandeling een hoog dark number**
  • Mogelijk is mishandeling bij andere diersoorten voor derden veel minder zichtbaar dan bij honden
  • Mishandeling schijnt moeilijker herkenbaar te zijn dan verwaarlozing
  • Ontdekking van mishandeling is in grote mate afhankelijk van toeval
  • Forensische expertise is de laatste jaren verbeterd


*In dit artikel wordt aangegeven dat het verboden is een dier te mishandelen. Verwaarlozing van dieren valt onder een ander wetsartikel.

**Dark number houdt het aantal gevallen in die niet bekend zijn in politiesystemen. Bij een hoog dark number wordt een delict in werkelijkheid naar verwachting veel vaker gepleegd dan bekend is.

zaterdag 25 maart 2017

Je kinderen achterlaten, dat doe je toch niet?


Of wel?

Wanneer de temperaturen stijgen, de dagen langer worden en alles weer begint te bloeien, trekken wij er weer meer op uit. Lekker de buitenlucht snuiven en genieten van dat heerlijke voorjaarsweer! De kans bestaat dan ook dat je jonge dieren tegenkomt. Denk eens aan jonge haasjes of jonge reetjes in open velden, of jonge vogels in bijvoorbeeld je eigen achtertuin. Lief, dat kleine grut! Maar waar zijn de ouders? Ze kunnen hun jongen toch niet zomaar worden achtergelaten?

Voor sommige jongen is het normaal om alleen te zijn
Dat klopt. Jonge dieren worden niet zomaar achtergelaten door hun ouders. Als je een jong dier helemaal alleen vindt, kunnen er verschillende dingen zijn. Meestal zijn de ouders voedsel aan het zoeken voor hun jongen. Ze zijn dan niet al te ver weg van hun jongen, die worden echt wel beschermd tegen predators. Ook is het mogelijk dat de ouders vanaf een afstandje aan het kijken zijn, dat ze niet naar hun jongen durven te gaan omdat jij daar als mogelijke bedreiging staat.

Natuurlijk is het ook mogelijk dat de jongen echt zijn achtergelaten, bijvoorbeeld doordat de ouders zijn overleden terwijl ze op zoek waren naar voedsel of in een poging om hun jongen te beschermen. In de meeste gevallen is dit echter niet zo, heel vaak is er helemaal niets aan de hand. Het is heel normaal dat reetjes en haasjes alleen liggen. En als je een jong vogeltje op de grond ziet, dan is die vaak bezig met z'n eerste vlucht.

Wat kan je doen wanneer je een achtergelaten jong vindt?
Wat te doen dan wanneer je deze jonge dieren vindt? Het antwoord is heel simpel; laat ze liggen, raak ze zelfs niet aan. Vooral bij zoogdieren is het belangrijk om ze niet aan te raken. Wanneer je ze aanraakt draag je mensengeur op hun over. Wanneer de ouders die geur op hun jong ruiken, verlaten ze het jong. Bij vogels wordt geen geur overgedragen wanneer je ze aanraakt. Maar ook deze diertjes moet je laten liggen. De ouders zijn in de buurt om ze te helpen.

Wat je wel kunt doen is op een afstand de dieren een tijdje in de gaten houden. Zorg er dan wel voor dat de afstand groot is en dat je niet opvalt, anders komen de ouders alsnog niet opdagen om voor hun jong te zorgen. Jonge vogels zou je nog extra kunnen helpen door te voorkomen dat predators als katten in de buurt komen. Geef jonge dieren hoe dan ook ruimte en rust, laat de natuur lekker haar gang gaan. En als je het niet vertrouwt, vraag dan om advies bij bijvoorbeeld een dierenambulance of een organisatie die veel van deze dieren afweet.

vrijdag 17 februari 2017

Waarom wordt zijn vergunning niet afgepakt?


In de dierenwereld dook eerder deze week schokkend nieuws op; in een Rotterdamse dierenzaak zouden meerdere dode en zieke dieren zijn gevonden. De Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) hebben verschillende dieren in beslag genomen om ze te verzekeren van de nodige zorg. Tegen de eigenaar van de zaak is een proces-verbaal opgemaakt.

Op dit bericht zijn veel reacties gekomen, voornamelijk het ongeloof dat de zaak nog steeds open blijft en de eigenaar nog steeds mag blijven handelen. Het is een begrijpelijke vraag, zeker als je hoort dat de man een 'notoire overtreder' is volgens de NVWA (iemand die de regels al vaker aan zijn laars heeft gelapt en die daar ook al vaker voor is beboet). Waarom heeft die man zijn vergunning nog? Ik kan niet diep op het verhaal ingaan, ook ik weet niet meer dan wat de media deelt. En vaak is die informatie oppervlakkig en vrij eenzijdig van aard. Om echt een goed beeld te kunnen hebben van wat er aan de hand is, moet ik zelf meer weten.

Op basis van de informatie die ik wèl heb, is het antwoord op de vraag waarom de man zijn vergunning nog heeft eigenlijk vrij simpel. De LID en de NVWA zijn niet bevoegd om vergunningen af te pakken en winkels te sluiten. In de Wet dieren is bepaald dat deze bevoegdheid officieel bij de Minister van Economische Zaken ligt. Nu verwacht ik niet dat hij zelf dit soort besluiten zou nemen, maar deze taak aan iemand anders of een andere instantie zou geven. Wie of welke instantie dat mag zijn... Ik heb een vermoeden, maar helemaal zeker ben ik er niet van.

In theorie is het dus mogelijk om deze zaak te sluiten en die vergunning in te laten trekken. Waarom gebeurt dat dan niet? Laten we beginnen met zeggen 'nog niet'. We weten niet wat er gaat gebeuren de komende tijd. Bovendien weten we ook lang niet alle details die meegenomen moeten worden in de afweging van zulke besluiten. Wat er ook precies aan de hand mag zijn, dit nieuws heeft stof doen opwaaien in de lokale politiek: de gemeentelijke fractie van de Partij voor de Dieren gaat schriftelijke vragen stellen aan de wethouder dierenwelzijn van Rotterdam. Wie weet hoe dit af gaat lopen?

zondag 12 februari 2017

Van je paard gevallen; wie betaalt alle schade?


Het kan elke (beginnende) ruiter overkomen, een val van je paard. Wat dan? Wie betaalt alle geleden schade? Bij dit soort zaken komt art. 6:179 BW, aansprakelijkheid voor dieren om de hoek kijken. Wie is aansprakelijk als je van het paard valt tijdens een paardrijles? En hoeveel schade moet iedereen betalen? Deze twee vragen speelden op in een zaak van juli 2016.

In 2012 was de eiseres in de zaak, het slachtoffer, van het paard Perverance gevallen tijdens een paardrijles. Perverance zou zijn geschrokken van een tractor op het terrein die werd gestart en daardoor een onverwachte hoofdbeweging hebben gemaakt. Daardoor zou de eiseres zijn gevallen en letsel aan de nekwervels hebben opgelopen. Volgens haar is de manege waar ze les heeft aansprakelijk voor alle kosten. De manege is het daar niet mee eens omdat de eiseres door eigen onhandigheid zou zijn gevallen.

Wie is aansprakelijk?
Bij het beoordelen wie aansprakelijk is moet worden bepaald wie de bezitter is van het dier. In deze zaak gaat het om een dier die wordt gebruikt in de uitoefening van een bedrijf, namelijk een paard (Perverance) dat wordt gebruikt voor het geven van paardrijlessen. Volgens art. 6:181 BW is het bedrijf dan aansprakelijk, dat is dus de manege.

Hoeveel moet worden betaald?
De vaststelling hoeveel de manege moet betalen is minder makkelijk te maken. Er kunnen allerlei omstandigheden worden ingebracht om de kosten bij aansprakelijkheid te verhogen of te verlagen. De eiseres stelde dat de vergoeding van de kosten verhoogd moest worden omdat zij die dag les had gekregen van een onbekende instructrice die onervaren zou zijn. Ook zouden de kosten moeten worden verhoogd omdat Perverance schrok van een startende tractor in de buurt. De rechter verwierp beide gronden voor verhoging, net als de grond voor verlaging die de manege aangaf: onhandigheid van de eiseres. Uiteindelijk is de rechtbank tot 50/50 afweging gekomen. De manege moet dus 50% van alle schade betalen aan de eiseres, de andere helft blijft voor eigen rekening van de eiseres.

Mocht je zelf betrokken zijn bij een incident met dieren? Laat je dan adviseren door een juridisch deskundige. Het kan zomaar zijn dat je als slachtoffer meer aan kosten vergoed krijgt dan gedacht, of dat je als bezitter van het dier minder hoeft te betalen dan het slachtoffer eist.

vrijdag 23 december 2016

Paarden met gecoupeerde staarten niet (langer) toegestaan op keuring/tentoonstelling

Bron foto: De Hoefslag

Gisteren heeft het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, het CBB, uitspraak gedaan in een zaak over gecoupeerde (trek)paardenstaarten. In deze zaak ging het om een vereniging die onder andere keuringen en tentoonstellingen van trekpaarden organiseert. De NVWA had dit jaar tijdens enkele van deze keuringen / tentoonstellingen de toegelaten paarden gecontroleerd. Een deel van deze paarden bleek een gecoupeerde staart te hebben. Dit was reden om handhavend op te treden; de vereniging kreeg een dwangsom opgelegd die betaald moest worden als ze nog een keer paarden met gecoupeerde staarten zou toelaten tijdens een keuring / tentoonstelling. Het zou gaan om een bedrag van €15.000 per keuring, oplopend tot maximaal €75.000. Hier ging de vereniging niet mee akkoord en het geval werd uitgevochten voor het CBB.

De vereniging stelde het niet duidelijk is dat het welzijn en de integriteit van een paard wordt geschaad als de staart wordt gecoupeerd. Het couperen gebeurt onder verdoving en zou de kwaliteit van leven van het paard niet aantasten. Daarnaast staat het keuren van paarden los van het feit of ze wel of niet gecoupeerd zijn en zou het toestaan van paarden met gecoupeerde staarten niet bijdragen aan het in stand houden van het couperen zelf.

Dieren met lichamelijke ingreep niet toegestaan
Het oordeel van het CBB is verhelderend: het is verboden om paarden met gecoupeerde staarten toe te laten op een keuring / tentoonstelling als voor het couperen geen medische noodzaak is geweest. Dit staat ook met zo veel woorden in de Wet dieren (voor de juristen onder ons: art. 2.16, lid 4 jis. artt. 1, 2.8 lid 1 sub a en lid 2 sub a Wet dieren). Uit het rapport van de NVWA bleek dat de vereniging paarden met gecoupeerde staarten had toegelaten, waarbij het couperen geen medische noodzaak was, maar (onder meer) vanwege het uiterlijk van het paard. Het couperen zou zijn verricht in (onder meer) Frankrijk, omdat het daar wel legaal is om zonder medische noodzaak te couperen.

Het CBB overwoog in deze zaak dat de Wet dieren alleen toeziet op lichamelijke ingrepen verricht binnen de grenzen van de Nederlandse rechtsmacht (dus alleen daar waar het recht van Nederland geldt en niet van een ander land). Dat zou maken dat paarden die in het buitenland zijn gecoupeerd, wel toegelaten mogen worden op een keuring of tentoonstelling in Nederland. Het CBB stelt wel grenzen hieraan. Het verbod in de Wet dieren op het toelaten van gecoupeerde paarden op een keuring / tentoonstelling, kan niet worden ontlopen als het couperen van de paarden in een ander EU-land puur wordt verricht om onder dit verbod uit te komen.

Onduidelijkheid
Omdat in deze zaak onduidelijkheid was ontstaan over dit onderwerp, geeft het CBB de vereniging gelijk. Maar het CBB geeft aan dat alleen paarden die vóór 1 december 2016 in een ander land (zonder medische noodzaak) zijn gecoupeerd mogen worden toegelaten. Het toelatingsverbod is met het oog op de gezondheid of het welzijn van de gecoupeerde paarden namelijk niet noodzakelijk, aangezien de dieren al zijn gecoupeerd. Alle paarden die vanaf 1 december 2016 (in een ander land) zonder medische noodzaak zijn gecoupeerd mogen niet meer worden toegelaten op een keuring / tentoonstelling. Gebeurt dit wel, dan is de organisatie van de keuring / tentoonstelling in overtreding en mag er handhavend worden opgetreden.

vrijdag 16 december 2016

Wet verbod pelsdierhouderij niet in strijd met Europese mensenrechtenverdrag


Vandaag heeft de Hoge Raad een finale oordeel gegeven in een zaak die de gemoederen al sinds 2013 bezighouden: het verbod op het fokken van pelsdieren in Nederland. Het verbod werd ingesteld op 15 januari 2013, wat leidde tot een rechtszaak en hoger beroep. Met het oordeel van de Hoge Raad is de discussie nu definitief afgesloten.

Waar ging het ook alweer om?
De Nederlandse Federatie van Edelpelsdierenhouders, ook wel bekend als de NFE, had de Nederlandse staat voor de rechter gedaagd nadat het verbod was ingevoerd. De nertsenhouders zouden in hun eigendomsrecht zijn getroffen, iets wat door de Europese Unie is verboden. Het verbod was verder voorzien van een uitfaseringstraject: de nertsenhouders hebben tot 1 januari 2024 om hun bedrijf te sluiten. Tot slot was er een compensatieregeling opgesteld, een regeling waarin staat aangegeven dat de staat de nertsenhouders financieel tegemoet zou komen omdat zij hun bedrijven moeten sluiten. Naast dat de nertsenhouders in hun eigendomsrecht zouden zijn getroffen, zou deze compensatieregeling niet afdoende zijn voor de financiële schade die ze zouden lijden als gevolg van het verbod.

Aanvankelijk gaf de rechter de NFE gelijk en verklaarde het verbod ongeldig. De staat ging echter met succes in hoger beroep: het gerechtshof vond dat de compensatieregeling afdoende was en dat de nertsenhouders niet in hun eigendomsrecht waren getroffen. Het gevolg: de wet werd weer geldig verklaard.

Het oordeel van de Hoge Raad
De NFE diende cassatie in bij de Hoge Raad als gevolg van de uitspraak van het gerechtshof. Ze klaagde over de interpretatie die het hof gaf en stelde dat er wel degelijk strijd was met het eigendomsrecht. Verder zou het gerechtshof niet voldoende hebben uitgelegd waarom de compensatieregeling afdoende zou zijn. De Hoge Raad heeft zich over beide kwesties gebogen om te oordelen over de zienswijze van het gerechtshof. Hierbij kwam ze tot de conclusie dat het gerechtshof juist heeft gehandeld. Dit betekent dus dat de uitspraak van het hof blijft staan. En daarmee blijft de wet die het fokken van pelsdieren verbiedt dus geldig.

maandag 31 oktober 2016

HR: Alle dieren gehouden in de weide zijn vee, ook wallaby's


Op 25 oktober is een kort en krachtig arrest gepubliceerd op de website van Rechtspraak, waarin de Hoge Raad korte metten maakt met de vraag welke dieren eigenlijk zijn op te vatten als 'vee'. De vraag kwam naar voren bij de diefstal van wallaby's uit een weide.

Stelen van 8 wallaby's uit een weide
Wat was er aan de hand? Een eigenaar van 11 wallaby's liet 's avonds zijn hond uit toen hij kloppende geluiden hoorde afkomstig van de achterzijde van zijn weiland. In dat weiland stonden (normaal gesproken) onder meer 11 wallaby's. De man onderzocht waar de kloppende geluiden vandaan kwamen en zag twee mannen een nabijgelegen akkerveld in rennen. De kloppende geluiden kwamen uit drie kisten die bij het weiland stonden op de plek waar ook een groot gat in de omheining was te vinden. In de kisten vond de man 8 van zijn wallaby's terug.

Het gerechtshof oordeelde in hoger beroep dat er sprake was van diefstal van vee uit een weide en legde een gevangenisstraf op van 3 maanden met aftrek van het voorarrest. De verdachte was het hier niet mee eens, helemaal niet omdat het gerechtshof hoogstwaarschijnlijk een lagere straf zou hebben opgelegd als het stelen van wallaby's niet werd gezien als 'diefstal van vee uit de weide'.

Diefstal van vee uit weides kent hogere straf
Wat maakt het nu uit of het om dieren uit de weide ging of om dieren uit bijvoorbeeld een huis? Nou dat kan best wel wat uitmaken eigenlijk. Voor diefstal kan iemand maximaal 4 jaar gevangenisstraf krijgen of een behoorlijke geldboete. Maar voor diefstal van vee uit een weide heeft het Wetboek van Strafrecht bepaald dat de gevangenisstraf kan oplopen tot maximaal 6 jaar. Dit is omdat dieren in de weide kwetsbaar zijn doordat er beperkte toezichtmogelijkheden zijn. Dieren in de weide worden heel fraai gezegd overgelaten aan de 'publieke trouw'. Met andere woorden, er wordt van iedereen verwacht dat hij met z'n handen afblijft van dieren in de weide, ook als niemand zit te kijken.

Dieren bestemd voor in de weide zijn 'vee'
De verdachte voerde als argument aan dat het mogelijk was dat de wallaby's niet voor economische doeleinden werden gehouden en daarom niet als 'vee' kon worden aangemerkt. Er zijn twee soorten wallaby's die als huisdier mogen worden gehouden, namelijk de Parmawallaby en de Bennettwallaby (overigens mag de Zandwallaby ook worden gehouden, zij het alleen onder specifieke houderijvoorschriften). De Hoge Raad vindt echter dat het feit dat wallaby's als huisdier kunnen worden gehouden niet af doet aan het feit dat ze daarom geen 'vee' zouden kunnen zijn. De Hoge Raad vindt dat alle dieren die bestemd zijn voor de weide en gehouden worden in de weide, als 'vee' kan worden aangemerkt. Daarbij maakt de Hoge Raad geen onderscheid tussen de verschillende doeleinden waarvoor de dieren gehouden kunnen worden.

De conclusie van de Hoge Raad is dan ook dat het gerechtshof terecht heeft gesteld dat er sprake is van 'diefstal van vee uit de weide'.

NB: de bij het arrest horende conclusie van de advocaat-generaal is ook gepubliceerd.

zondag 18 september 2016

Verkoop geïmporteerde honden valt niet onder begrip 'hondenfokkerij'


Wat mag je als hondenfokker nu wel en niet? In het bestemmingsplan, een document wat aangeeft waar een bepaald gebied voor mag worden gebruikt, wordt dit allemaal bepaald. Over de exacte invulling van bepaalde begrippen in dit plan kan verschillend worden gedacht. Een recente zaak schetst daar een mooi voorbeeld van, waarin gediscussieerd wordt over het begrip 'hondenfokkerij' en de onderliggende begrippen 'fokken van honden' en 'zelf voortgebrachte producten'.

Het betrof een vrouw die een hondenfokkerij had waarvoor ze honden importeert, fokt en houdt. Een inspectie en herinspectie werd uitgevoerd door de NVWA, LID, Belastingdienst en de gemeente, met als resultaat dat de vrouw een last onder dwangsom kreeg. De vrouw moest een flinke som geld betalen aan de gemeente als ze niet zou stoppen met het importeren van honden uit Hongarije. Volgens de gemeente viel het verkopen van de geïmporteerde honden niet onder 'zelf voortgebrachte producten', zoals in het bestemmingsplan stond aangegeven. Hierbij wees de gemeente naar het feit dat deze honden enkele dagen of weken na (koop en) import weer werden verkocht en daarom niet werden gekocht om mee te fokken.

De vrouw was het niet eens met de argumenten van de gemeente, zij vond dat het verkopen van geïmporteerde honden wel onder 'zelf voortgebrachte producten' viel. Voor de rechter was het een lastige kwestie, hij zocht de betekenis van 'hondenfokkerij' in het dagelijks spraakgebruik en kwam tot de volgende uitleg: 'een bedrijf waar bedrijfsmatig of hobbymatig honden worden gefokt'. De honden moeten op het bedrijf worden geboren. Importeren en verkopen van honden valt dus niet onder 'fokken van honden'. De rechter volgde de vrouw niet in de omschrijving die zij gaf van het begrip 'hondenfokkerij', namelijk dat het tevens inhoudt het 'opfokken van (geïmporteerde) honden tot volwassen dieren'. De rechter vond dat honden in een hondenfokkerij niet konden worden vergeleken met het opfokken van biggen tot varkens voor de slacht. De rechter gaf daarbij aan dat honden vooral als puppy worden verkocht, wat ook bij de vrouw het geval was.

De rechter kwam dus tot de conclusie dat de gemeente het bij het rechte eind had door te stellen dat er een activiteit plaatsvond op het bedrijf van de vrouw die (volgens het bestemmingsplan) niet was toegestaan. Geïmporteerde honden zijn geen 'zelf voortgebrachte producten' en zelfs als dat wel zo was, mocht verkoop van geïmporteerde honden in het geval van de vrouw slechts als nevenactiviteit worden bedreven. Zo gaf het bestemmingsplan dat aan. Uit de gegevens van de vrouw bleek dat de verkoop van geïmporteerde honden echter een hoofdactiviteit was. Er mocht dus handhavend worden opgetreden.

Omdat het hier ging om een voorlopige voorziening is de kous in deze zaak nog niet af. Een voorlopige voorziening houdt in dat een rechter naar een genomen besluit kijkt en deze -voorlopig- kan schorsen als hier gegronde redenen voor zijn. De schorsing geldt dan totdat er een definitieve uitspraak in bezwaar of in beroep is gedaan. Nu de rechter de gemeente in het gelijk heeft gesteld, is het verzoek om een voorlopige voorziening (die de vrouw heeft ingediend) afgewezen.

donderdag 15 september 2016

Ogenschijnlijke paniek door omstandigheden geen grond voor dierenverwaarlozing



Wat valt onder dierenverwaarlozing en wat niet? Dierenverwaarlozing betekent dat je je dier niet de zorg geeft die het nodig heeft. Dat lijkt een simpele zaak, maar soms zorgen de omstandigheden ervoor dat iets uiteindelijk niet is wat het lijkt. Althans, dat oordeelt de rechter.

In deze zaak was er een man die een Bull Terriër puppy had. Op een ochtend kwamen er wat bloedspetters uit de bek van de pup, maar ondanks dat zou de toestand nog goed zijn geweest. De hond gedroeg zich namelijk normaal. Rond het middaguur ging de man met de hond in de fietstas een eind fietsen en her en der een stuk lopen. Tijdens het uitlaten vertoonde de hond nog steeds normaal gedrag. Echter, aan het einde van de middag werd de man aangesproken door omstanders. Hij moest met zijn hond toch echt naar de dierenarts, want het dier was niet lekker. De man zag het, maar wilde geen dierenambulance laten komen. Hij wilde eerst financiële hulp van zijn moeder vragen, de dierenambulance kon hij namelijk niet betalen. De man, die zijn pup in de armen hield, maakte een verbaasde indruk, was emotioneel en huilde tijdens de confrontatie met de omstanders. Toen hij de pup neerzette, zakte die door de pootjes, te zwak om te kunnen staan. Rond 5 uur 's middags werd de hond vanuit het politiebureau door de dierenambulance naar de dierenarts gebracht. Die constateerde een dubbelzijdige longontsteking, waar de pup rond half 11's avonds aan overleed.

De dierenarts gaf aan dat een dubbelzijdige longontsteking spontaan kan ontstaan, vaak doordat de hond een zwakke afweer heeft, maar soms ook om onbekende redenen. De man had verder aangegeven dat hij goed voor de hond zorgde, ondanks zijn eigen verslaving. Hij had speeltjes in huis, voldoende voer, ze mocht bij hem in bed slapen en ze gingen wel eens samen onder de douche. De dierenarts beaamde dat de hond in het algemeen in een goede staat van verzorging was.

Het gerechtshof gaf aan dat gezien al deze omstandigheden de man niet kon worden verweten dat hij de pup niet goed verzorgde. Het hof achtte dat de man in paniek leek door de onverwachte slechte toestand van zijn pup, de manier waarop hij door omstanders werd aangesproken en het feit dat hij geen dierenambulance kon betalen. Daarom besloot het gerechtshof de man vrij te spreken.

donderdag 4 augustus 2016

De opkomst van het kattencafé


Nederland kent sinds vorig jaar een nieuw fenomeen: het kattencafé. Ze schieten als paddenstoelen uit de grond sinds de oprichting van het eerste Nederlandse kattencafé in Amsterdam. Daarmee is het concept van dieren knuffelen onder het genot van een kop koffie of thee ook naar Nederland overgewaaid.

De opkomst van het kattencafé
Kattencafés bestaan al langer: de eerste kattencafé is opgericht in Taiwan in 1998, in Japan werd het kattencafé een booming business sinds de lancering van het eerste café in Osaka in 2004 en in Tokyo in 2005. De rage bereikte Rusland in 2011, gevolgd door Korea in 2012 en Parijs in 2013, maar pas vanaf 2014 werd het fenomeen echt 'wereldwijd' bekend in Azië, Australië, Amerika en Europa.

Japan
De oprichting van het allereerste kattencafé kende de gedachte dat men na een lange, hectische werkdag in het café kon ontspannen met wat drinken en een kat op de schoot. Dit idee sloeg goed aan bij de lokale bevolking, maar ook bij Japanse toeristen. Daarop volgde snel een café-boom in Japan, waar in de jaren 20015-2010 bijna 80 cafés de deuren openden en de teller in 2014 op 150 stond. In Japan gaan ze overigens veel verder dan kattencafés. Mocht je geen kattenliefhebber zijn maar wel graag een dier willen knuffelen terwijl je een kop koffie of thee drinkt, dan heb je in Tokyo alleen al genoeg alternatieven. Zo zijn daar ondertussen ook cafés met honden, konijnen, uilen, reptielen, goudvissen, geiten, vogels en zelfs pinguïns.

Amerika
Ook in Amerika is de collectie dierencafés uitgebreid; naast kattencafés heeft in Los Angeles de eerste hondencafé intussen haar deuren geopend. Bijzonder aan de cafés in Amerika is de mogelijkheid om de dieren te adopteren. Daarmee lijkt de café-business een extra uitgangspunt te realiseren naast een beetje ontspanning. Ook de honden van het hondencafé in Los Angeles zijn te adopteren.

Nederland
In Nederland opende het eerste kattencafé (Kopjes) haar deuren in april 2015 en wel in Amsterdam. Spoedig daarna volgden verschillende andere cafés en zijn er een aantal cafés die in de toekomst haar deuren zullen openen. Hieronder is een overzichtje van kattencafés die je (in de toekomst) kunt bezoeken:

Kopjes - Amsterdam
Op z'n Kop - Groningen
Poeslief - Groningen
Poespas - Leeuwarden
Mispoes - Den Bosch
Pebbles Kitty Cat Café - Rotterdam
Ditjes & Katjes - Den Haag

Dierenwelzijn
Niet iedereen is even enthousiast over de (populariteit van) kattencafés. Het zou de katten onnodig veel stress leveren doordat er steeds vreemden binnenkomen en ze hun 'territorium' met deze vreemden en met de andere katten moeten delen. Dat geven zowel de voorzitter van Stichting Bevordering Huisdierenwelzijn als kattendeskundige Minky Spijkerman aan. Katten zouden worden geëxploiteerd, ze worden gebruikt voor een commercieel belang, ze moeten klanten aantrekken. Dat maakt een kattencafé natuurlijk wel extra aantrekkelijk ten opzichte van reguliere cafés. Bovendien zouden de katten in veel cafés in Japan worden gedrogeerd om te voorkomen dat ze elkaar aanvallen.

Helemaal verwonderlijk vind ik deze kanttekeningen niet, al helemaal niet als je ook berichten ziet dat in 2014 in Singapore meerdere katten van een café waren gestorven en dit jaar een café in Tokyo de deuren moest sluiten vanwege verwaarlozing. De NVWA en de Dierenbescherming zien geen problemen met het concept kattencafé en ook Minky Spijkerman is niet faliekant tegen. Zolang er maar verantwoord wordt omgegaan met de katten, rekening wordt gehouden met diens behoeftes en de hapjes en drankjes in een aparte ruimte worden bereid.

Zelf ben ik ook in 2012 in een kattencafé geweest in Tokyo en heb ik begin dit jaar Kopjes bezocht. Naar mijn mening hoeft een kattencafé niet slecht te zijn voor het welzijn van de dieren, maar dan moet er wel ten eerste en ten volste rekening worden gehouden met de behoeftes van de kat! Persoonlijk ben ik heel benieuwd hoe alle cafés in Nederland dat puntje aanpakken. Zou het niet interessant zijn om de cafés eens te onderwerpen aan een 'dierenwelzijnsonderzoek' en een standaard te creëren voor toekomstige eigenaren om te gebruiken bij het opzetten van een kattenvriendelijk café?

zondag 31 juli 2016

Damhertje schieten? - Artikel 68 Ffw in de praktijk


Een paar dagen geleden is een nieuwe uitspraak gepubliceerd op Rechtspraak met betrekking tot dieren, deze keer om het wel of niet mogen jagen op damherten in Zeeland. De kwestie betreft twee populaties damherten, één in de Manteling van Walcheren en één op de Kop van Schouwen. De rechtbank oordeelde in dit geval in december 2015 al dat de provincie de ontheffing niet mocht verlenen. Ook nu blijft de rechtbank bij dat standpunt.

Deze casus is een mooie gelegenheid om eens stil te staan bij de mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing om te mogen jagen op beschermde inheemse diersoorten. Ik zal daarbij de punten toelichten en toepassen op onze damhert. Het al dan niet kunnen verlenen van een ontheffing komt grofweg gezien neer op de volgende stappenplan:
1. Is er sprake van een beschermde inheemse diersoort?
2. Zo ja, is er een wettelijke grond voor het verlenen van een ontheffing betreft de diersoort?

1. Is er sprake van een beschermde inheemse diersoort?
De Flora- en faunawet heeft in artikel 4 bepaald dat onder andere alle zoogdieren, met uitzondering van enkele gedomesticeerde soorten, beschermde inheemse diersoorten zijn. De damhert, waar het in dit geval om gaat, is dus een beschermde inheemse diersoort. Dit is belangrijk om te weten omdat alleen inheemse beschermde diersoorten bepaalde bescherming krijgen van de wet. Voor de damherten gaat het om de bescherming in artikel 9. Dit artikel geeft aan dat deze dieren niet mogen worden gedood, verwondt, gevangen of op een andere manier worden bemachtigd. Ook mogen ze hiervoor niet worden opgespoord.

2. Zo ja, is er een wettelijke grond voor het verlenen van een ontheffing betreft de diersoort?
Damherten zijn dus inheemse beschermde diersoorten die bepaalde bescherming hebben. Dankzij deze bescherming mag er in principe niet op ze worden gejaagd. In artikel 68 van de Flora- en faunawet staan echter een aantal redenen op basis waarvan de Gedeputeerde Staten van Zeeland een ontheffing kunnen verlenen, deze ontheffing heft de bescherming weer op waardoor er wel op de damherten zou mogen worden gejaagd.

Gedeputeerde Staten verleenden in dit geval een ontheffing op basis van de voorwaarde genoemd in sub e van artikel 68. Hierin wordt verwezen naar een algemene maatregel van bestuur, waar nog andere belangen in staan die als reden kunnen worden gebruikt voor het verlenen van een ontheffing. Die algemene maatregel van bestuur is het Besluit beheer en schadebestrijding dieren. In artikel 4 van dit besluit staan die belangen waar het artikel het over heeft. Voor de damherten is de reden genoemd in sub e van het artikel van belang. Vanwege populatiebeheer kan de Gedeputeerde Staten een ontheffing verlenen. Gedeputeerde Staten had als argument aangevoerd dat populatiebeheer nodig was voor een goed welzijn van de damherten. De rechtbank vond echter dat Gedeputeerde Staten niet voldoende had bewezen dat het terugbrengen van de populatie naar de streefstanden in het Faunabeheerplan nodig was omdat het welzijn anders in het geding zou zijn. Ook vond de rechtbank dat het niet voldoende was bewezen dat het welzijn van de populaties op het moment dat de ontheffing werd verleend, in het geding was.

In de Nota van Toelichting bij het besluit heeft de wetgever aangegeven dat voor onder andere damherten het ook mogelijk is om een ontheffing te verlenen zonder daarbij te kijken naar het welzijnsaspect van de dieren, in ons geval de damherten. Het kan, zo stelt de wetgever, namelijk wenselijk zijn om vanwege (andere) beheerdoelstellingen in te grijpen in de populatiegrootte. De rechtbank vindt echter dat dit ingrijpen om beheerdoelstellingen noodzakelijk (en niet wenselijk) moet zijn voordat de provincie om die reden een ontheffing kan verlenen voor de jacht op damherten. De rechtbank vindt namelijk dat alleen door het stellen van de noodzakelijkheidsvereiste aan het verlenen van een ontheffing om beheerdoelstellingen kan worden aangesloten bij het uitgangspunt van de Flora- en faunawet dat damherten beschermde inheemse diersoorten zijn. Ook bij dit argument vond de rechtbank dat Gedeputeerde Staten onvoldoende had bewezen dat het noodzakelijk was om in te grijpen in de populaties.

Kort samengevat: damherten mag je niet afschieten dankzij de bescherming die ze krijgen via de Flora- en faunawet. Een ontheffing kan worden verleend waardoor deze bescherming wordt opgeheven, maar dan moet dat wel op grond van een reden genoemd in de Flora- en faunawet en die reden moet voldoende zijn bewezen. In deze casus was dat dus niet het geval, zowel niet vanuit het welzijnsaspect van de damherten alsook niet vanuit (andere) beheerdoelstellingen. De Gedeputeerde Staten van een provincie moet dus heel duidelijk aan kunnen tonen dat:
  1. Een ontheffing echt nodig is,
  2. Uit welk grond of welke gronden dat blijkt, en
  3. Dat de data uit de (Alterra)rapporten en (Faunabeheer)plannen, die gebruikt zijn ter onderbouwing, min of meer direct voortkomen uit die argumenten

dinsdag 26 juli 2016

Gebroken heup door val bij uitlaten hond; eigen schuld?



Leuke casussen voor discussies zijn casussen over aansprakelijkheid bij dieren. Waar ben je als bezitter van een dier verantwoordelijk voor als het gaat om situaties waarin je dier is betrokken? De casus die deze week werd gepubliceerd op de website van Rechtspraak ging over een ongeluk tijdens het uitlaten van een hond.


Het geval was dat een vrouw en haar echtgenoot de hond aan het uitlaten was in een aanlijngebied bij haar in de buurt. Tijdens het uitlaten kwam ze een andere hondeneigenaar tegen die ook de hond aan het uitlaten was. Deze andere hond was aangelijnd, maar wist te ontsnappen en rende op de hond van de vrouw af. Om haar eigen hond te beschermen pakte de vrouw de andere hond bij de halsband. Ze verloor echter haar evenwicht en viel, wat haar een gebroken heup opleverde. De verzekeraar van de eigenaar van de andere hond betaalde de gemaakte kosten door dit ongeluk voor de helft, de andere helft moest de gevallen vrouw zelf betalen omdat het haar eigen schuld was dat ze haar heup had gebroken. Daar was de vrouw het niet mee eens, ze stapte naar de rechter voor duidelijkheid.


De rechter was kort en bondig over de situatie; er was geen sprake van eigen schuld. Dat de vrouw de andere hond bij de halsband pakte was volgens de rechter een logische en geen roekeloze actie. Van belang is dat de vrouw in korte tijd moest reageren op de andere hond die op haar hond afrende. Vanwege die korte tijd kon haar niet worden verweten dat ze niet had bedacht dat de andere hond mogelijk alleen maar wilde spelen. De eigenaar van de andere hond is dus volledig aansprakelijk voor de gemaakte kosten door het ongeluk.

vrijdag 22 juli 2016

Je mag geen grizzlybeer invoeren zonder CITES-documenten



Toen ik zag dat deze casus was binnengekomen in de uitsprakenrubriek van Rechtspraak was mijn eerste reactie nogal 'duh!'. Waar is anders de hele regeling van CITES voor? Import- en exportdocumentatie zijn vereisten voor dieren die (enigszins) beschermd worden. De grizzlybeer is zo'n dier waarvoor dit geldt. Waarom zijn die documenten nodig? Dit is voornamelijk om de handel in dit soort dieren te beperken. Als je te veel grizzlyberen zou afschieten voor handelsdoeleinden, blijven er al snel geen beren meer over. CITES, waar veel landen lid van zijn, bepaalt tijdens conventies (op basis van wetenschappelijk onderzoek en (een vleugje) politiek) welke diersoorten beschermd moeten worden van handel en hoe erg de handel in die dieren ingeperkt moet worden. Dit wordt overigens ook voor plantensoorten gedaan.


Afijn, terug naar de casus. Het geval hier was dat een man een opgezette grizzlybeer zag op een markt in Canada. Het bedrijf waar zij werkt importeert producten uit Canada, het leek de man een mooie zet om de beer in te zetten als promotiemiddel voor haar bedrijf. Hij kocht de beer en liet het importeren naar Nederland. Er was alleen een probleempje; voor de beer was CITES-documentatie nodig voor een legale export vanuit Canada en een legale import in Nederland. Deze documenten ontbraken, waarop de douane maatregelen trof en de beer in beslag nam. De man was het hier niet mee eens en voerde, na een mislukte bezwaarprocedure, in een beroepsprocedure bij de rechter aan dat de maatregel van de douane niet terecht was. De rechter oordeelde echter anders; het was een terechte actie van de douane om maatregelen te nemen. De man voldeed niet aan de voorwaarden die het mogelijk maken om het transport achteraf legaal te maken (door achteraf de juiste documenten te krijgen) en dat hij de beer wilde gebruiken voor bedrijfsbelang woog niet zwaarder dan het belang van de douane om handhavend op te treden bij overtreding van de wet.


Wat we uit deze casus kunnen leren is dat je bij handel in dieren heel goed moet controleren of en welke documenten nodig zijn voor een legale in- of uitvoer. Handel in beschermde diersoorten is voornamelijk geregeld via CITES-regelingen. Via de website van het RVO is te controleren of je voor jouw geplande (ver)koop een vergunning moet aanvragen. Koop dus nooit spontaan (een product van) een dier!